Twee jaar na het boek van Pek Yim Yau vroeg de familie mij of ik ook het boek wilde schrijven van haar man, Yuen-Chu Cheng. In zijn jeugd leefde hij in Hong Kong vooral op straat. School maakte hij niet af. Om aan de armoede te ontsnappen volgde hij zijn broer naar Nederland en kwam te werken in een Chinees restaurant in Brabant. Daar ontmoette hij ook zijn vrouw. Samen zetten ze het eerste teppanyaki restaurant op en bouwden dat uit tot een succesvolle keten. Maar China trok. Hij haalde de familiebanden aan, ging investeren en werkte zich op tot een succesvol ondernemer.
Met haar heldere en pakkende schrijfstijl wist Edith niet alleen de verhalen van mijn ouders prachtig op papier te zetten, maar ook hun persoonlijkheden op integere wijze tot leven te brengen. Haar geduld en invoelingsvermogen tijdens de interviews — ook al was hun culturele achtergrond haar niet vertrouwd — maakten echt het verschil. Het eindresultaat is warm, eerlijk en meeslepend. Zelfs de kleinkinderen lazen het met plezier. Kortom: bijzondere levensverhalen als blijvende en waardevolle erfenis voor het nageslacht.
— Kaman Cheng (dochter).