In hotelletjes in de bush van Afrika bivakkeerde ik op doorgezakte matrassen en kussens als karton, in het aardedonker zwetend onder klamboes met vuistgrote gaten. Vaak zonder stroom, water noch eten. Ik deelde de ongemakken met een bonte stoet aan reizigers. Zo was daar ineens de minister van landbouw met wie ik een pensionnetje deelde in het noordoosten van Oeganda.
Kotido is een gat. Vier zandwegen komen samen op een stenen rotonde in een kuil en verder is er niks behalve zand. Voortgeblazen schuurt een schroeiend hete felle wind mijn keel en ogen als rasppapier. Even verderop staat Hotel de la Maison, op z’n Engels uitgesproken als Dee Lee Meeson, een nogal hilarische naam in de woestenij van noordoostelijk Oeganda waar je met een beetje pech de Karimojong kunt tegenkomen die de Afrikaanse variant zijn van cowboys met Kalashnikovs. Normaliter verblijft er niemand in hét hotel van Kotido, maar nu is het volgeboekt omdat Wereldvoedseldag in het plaatsje wordt gevierd. Terwijl er nooit wat te eten is in Kotido.
Pension Giggles Nest
Gelukkig is pension Giggles Nest met twee slaapkamers net geopend. De badkamer, groter dan de slaapkamer, is nog niet betegeld. Uit de glimmende douchekop sputtert wat bruin water om er dan definitief mee op te houden. Dat geldt ook voor de kraan van het pietepeuterige spoelbakje aan de muur. Een spiegel ontbreekt, maar erger is het ontbreken van stroom. Zo nu en dan brult de generator voor een paar uur verlichting in de avond, verder moet ik het hebben van mijn zaklantaarn. Sarah en zus Nuru brengen me jerrycans water en plastic emmers water. Ook zij zijn nieuw in het hotelvak. Van klantenservice hebben ze nog niet gehoord. Nuru vraagt me geld om naar de grote stad te gaan en Sarah moet ik uitleggen dat ik in de avond graag wat eten wil. ‘Wat wil je dan eten?’ vraagt ze onwillig. ‘Wat heb je te eten?’, vraag ik terug ‘Ik eet altijd posho met bonen.’ Ik denk mee. ‘Posho, pap van cassavemeel, liever niet. Rijst is goed, aardappels… heb je dat?’ Ze haalt haar schouders op en tuurt in het zand. ‘Omelet misschien? Met tomaten en uien?’, dring ik aan. Ze kijkt me aan.‘Rauwe tomaten en uien?’ ‘Nee, niet rauw’, schrik ik.‘Geef me geld, anders kan ik niet koken.’
Morgen wordt alles beter
De zandstorm wil maar niet gaan liggen. Het maakt me ziek. Mijn keel en slijmvliezen zetten op, ik kan niet meer slikken en krijg koorts. Onder een helle tl-buis, aangedreven door een brullende generator, zit ik die avond weggezonken in het zware pluche bankstel dat de receptie bijna geheel vult. Snotterend wacht ik op het eten. ‘Waar is mijn eten?’ vraag ik Sarah die langs komt. ‘Daar heb ik geen tijd voor gehad’, bitst ze. ‘Hoezo geen tijd?’ Meer dan twee gekookte eieren en een banaan heb ik vandaag niet gehad. ‘Werk je in een hotel of niet?’ roep ik naar haar rug. Ik probeer mijn stem te verheffen, maar meer dan een weinig indrukwekkend gepiep komt er niet uit. ‘Ik heb je toch geld gegeven? Waar is je baas? Ik wil met de manager praten.’ ‘Muzungu….’, bemoeit ineens Nuru zich ermee, die op het tumult afkomt. ‘Hoe noem je mij?’ piep ik. ‘Muzungu? Zo noemen straatjongens witten. Jij werkt in een hotel en jij spreekt mij aan met muzungu?’ ‘Sorry,’ zegt Nuru. ‘Ik haal wel kip en rijst voor je in het dorp. Geef me geld.’ Ik wacht een half uur, een uur, anderhalf uur onder de tl-buis, maar Nuru komt niet meer terug. Ik bel de manager die mij persoonlijk van rijst en kip voorziet.‘Morgen komt de Minister van Landbouw. Hope!’, belooft hij. ‘Dan wordt alles beter.’ Hij begint vrolijk te lachen. Ik lach mee. ‘Ja, dat hoop ik ook,’ zeg ik.
Opeens een vleug parfum die binnenwaait
Koortsig de volgende ochtend aan het ontbijt van een gekookt ei en een kopje Nescafé, zie ik buiten zwaarbewapende militairen door de zandstraat trekken. Ik denk er niet veel van. In Hotel de la Maison verwachten ze nogal wat hoogwaardigheidsbekleders voor Wereldvoedseldag. Ik probeer lucht door mijn verstopte neusgaten te persen als ineens een vleug zoete parfum binnenwaait. Een stevige mevrouw in een lila voile jurk stelt zich pontificaal op tussen het bankstel en het lage koffietafeltje. Ze stelt zich voor. ‘Hope Mwesyge’. ‘Bent u niet de minister?’ vraag ik om lollig te zijn. ‘Ja.’ Ze zakt naast me het bankstel in. ‘Echt?’ schrik ik. Ik sta op en zie buiten een dure Landcruiser staan en soldaten, veel soldaten. Een militair, iets hoogs met rode paletten, steekt zijn hoofd om de deur, salueert met een stokje en overhandigt de minister een tas waar ze brood en Zwitserse smeerkaas uit haalt. Ook voor mij smeert ze een boterham die ik dankbaar aanneem. ‘Wat brengt u hier?’ vraag ik overbodig. ‘Wereldvoedseldag. De mensen vertellen dat dit de graanschuur van Afrika gaat worden.’ We keuvelen wat.
Bedremmelde Chinezen
In de deuropening staat een viertal bedremmelde Chinezen. De militair met het stokje kondigt ze aan. ‘Zal ik maar even weggaan?’ stel ik voor. ‘Nee’, zegt de minister, ‘blijf lekker zitten’ en tegen de Chinezen, die zich al buigend op inderhaast aangerukte krukjes in een hoekje van het verblijf persen: ‘Dit is mijn nieuwe vriendin uit Nederland’. De minister praat. Over de aanleg van een weg, waaraan de Chinezen, zoals overal in Afrika, werken. De Chinezen zeggen ja en één enkele keer nee en na dit goede gesprek, willen ze foto’s maken van de minister. Met mij erbij. Omdat ik haar vriendin ben.‘Wanneer ben je weer in Kampala?’ vraag Hope als ze weg zijn. ‘Bel me dan’. Ze checkt haar agenda. ‘Over twee maanden, op 12 november. Schikt dat? Dan gaan we wat eten.’
Cocktailparty met bier
Ter ere van Wereldvoedseldag is er die avond een cocktailparty op de parkeerplaats van Hotel De La Maison, zonder cocktails, maar wel met bier. Een witte journalist piest ergens in een hoek van de parkeerplaats tegen een donker gevaarte aan dat een koe blijkt te zijn, en uiteindelijk beland ik onder de tl-buizen van Giggles Nest met Hope, die een doos Zuid Afrikaanse wijn van huis heeft meegenomen. We worden allebei wat dronken, de minister zelfs laveloos. Tot 1 uur ’s nachts vertelt ze hoe ze aan verkrachting door de soldaten van Idi Amin wist te ontsnappen. Buiten huilt de wind.
