Reisadviezen van BuZa zijn de ergste

Buitenlandse Zaken neemt met zijn reisadviezen het zekere voor het onzekere en zal de laatste zijn die waaghalzerij aanmoedigt. Alsof er nog waaghalzen zijn in onze samenleving.

Van alle reisadviezen vind ik die van het ministerie van Buitenlandse Zaken de ergste. Hoewel die niet bindend zijn, zijn ze officieel en dus behoorlijk dwingend. Ze wakkeren angst aan. Maar hoewel ik zelf nog wel kan bedenken dat ik beter niet op vakantie naar Syrië ga -daar heb ik het negatieve reisadvies (code rood) van BuZa niet voor nodig- ,waarom moet ik wegblijven uit Nepal?

Noodzakelijk

De aardbevingsramp is voorbij, het ergste leed is geleden, maar BuZa adviseert Nepal alleen te bezoeken als dat strikt noodzakelijk is (code oranje). Nepal vindt dat overdreven en daarom riep het land vorige week Nederland op dit reisadvies te nuanceren. 75 Van 86 regio’s zijn niet door de aardbeving getroffen en daar is het vredig als altijd en in de wel getroffen gebieden werken mensen zich kapot om het land weer op te bouwen. Een beetje zoals Groningen dus, waar BuZa het wel uit het hoofd laat om met een negatief reisadvies te komen. Nu de geadviseerde toeristen massaal wegblijven, vreest Nepal voor een economische ramp.

Angsthazen

Buitenlandse Zaken neemt met zijn reisadviezen het zekere voor het onzekere en zal de laatste zijn die waaghalzerij aanmoedigt. Alsof er nog waaghalzen zijn in onze samenleving. Heerst er Ebola in West-Afrika, dan durft niemand nog op safari in het 5000 kilometer verderop gelegen Oost-Afrika.  Dat we zulke angsthazen zijn, is niet alleen het ministerie aan te rekenen. Dankzij de eenzijdige berichtgeving door media en ontwikkelingsorganisaties bestaat over Afrika –het na Azië grootste continent met 54 landen- het idee dat er overal ellende, honger en oorlog heersen. Je moet vrijwilliger zijn of niet goed bij je hoofd als je daar überhaupt op vakantie gaat.

Code geel

Toch heeft BuZa slechts zo’n 20 Afrikaanse landen al of niet gedeeltelijk rood en oranje ingekleurd. Vreemd trouwens dat Zuid Afrika daar niet tussen zit. In en rond Johannesburg zijn mensen zo bang voor beroving en moord dat ze zich alleen nog maar in hermetisch afgesloten auto’s verplaatsen en de rode stoplichten negeren zodra de schemer valt. Voor de meeste Afrikaanse landen (als ook voor 99 procent van Latijns Amerika) geldt de code geel, die reizigers noopt uit hun doppen te kijken, wat me zelfs in Klazienaveen (code groen) geen overbodige luxe lijkt.

Cambodja

Vorige maand was ik met een totaal gerust hart op vakantie in het groen gekleurde Cambodja, waar alleen aan de Thaise grens code oranje geldt vanwege grensgeschillen in 2011. Ik betaalde 20 dollar voor een toeristenexcursie naar wat een drijvend dorp moest zijn. Voor zover er van drijven sprake was in het droge seizoen –dat realiseerde ik me even niet- ging het om wat modder tussen de hoge op palen gebouwde huizen in de enige straat die het dorp rijk was. De tering naar de nering zettende bevolking maakte optimaal gebruik van de in groepen aangevoerde toeristen. Ze boden ons pennen en schriften te koop aan. Die konden we even verderop persoonlijk aan de kinderen geven in een schooltje waar ze volgens de uitbater Engels leerden. Nadat iedereen onder lichte dwang zijn zojuist aangeschafte schoolmateriaal had afgegeven, gingen de kinderen staan en zongen ze in dankbaarheid een liedje, afgesloten door een ferm ‘thank you’. Daarna moesten ze ongetwijfeld de spullen weer inleveren bij de vlijtige verkopers die zich op de volgende horde stortten.

Bruine drab

De excursie voerde naar een modderstroom waar bootjes lagen te wachten. In die van ons waar we met ons zessen in pasten, zat op de voorsteven een ventje van een jaar of zeven. Hij moest door de modder punteren, totdat zijn vader een zwaar kuchende dieselmotor in werking stelde, die ons naar een brede vlakte bracht waar het waterpeil zo zakte dat de motor definitief stil viel. Als in een pudding zaten we vast. Om ons heen zagen we de beslist niet onidyllische contouren van ruwhouten boten met eenvoudige kajuitjes waar families op woonden. De stank die echter opsteeg, was onmiskenbaar die van stront. Van menselijke uitwerpselen. De bruine drab om ons heen vertoonde aan de oppervlakte gelige strepen die recht van de boten kwamen en het ergste deden vermoeden. Het ventje stapte welgemutst de boot af om die door de derrie te trekken net zolang totdat we dieper water bereikten en onze weg vervolgden.

Zompig

Mijn reisadvies is om uit ethische redenen niet naar dit dorp te gaan, waar kinderen worden geëxploiteerd tot in de mate dat ze toeristen letterlijk door de stront moeten trekken. Mijn reisadviezen zijn niet bindend. En misschien is dat maar beter ook. Anders valt er niets meer te ontdekken in deze wereld, worden een heleboel mensen nog armer dan ze al zijn en zijn we voor eeuwig gedoemd in ons gezapige zompige Holland te verkeren, waar het enige gevaar dat je loopt middels een weeralarm wordt aangekondigd. Op naar Nepal en Afrika dus!  

Deze column werd op 12 juli 2015 in de Volkskrant  gepubliceerd.             

 

 

 

« Muren houden mensen niet tegen Met schaamrood op de kaken naar de kledingcontainer »