Rijken vinden altijd manieren om hun hebberigheid te bevredigen

De rijke mens heeft te veel geld om op te maken in een mensenleven, voelt het amper in zijn portemonnee als hij daarmee de wereld kan redden, en toch, kiest hij ervoor zijn vermogen niet alleen voor zichzelf te houden, maar het ook nog eens te vergroten.

Als de groeiende ongelijkheid niet stopt, heeft volgens Oxfam Novib de allerrijkste 1 procent van de wereld in 2016 een vermogen dat groter is dan de rest van de wereldbevolking bij elkaar. Binnen die 1 procent, hebben de 80 rijkste mensen samen meer vermogen dan de armste 3,5 miljard mensen. Klaarblijkelijk willen ze dat niet delen, anders hadden ze dat wel gedaan en was het over met de armoede in de wereld.

Merkwaardig

Het is het merkwaardigste wat kleeft aan de rijke mens. Hij heeft te veel geld om op te maken in een luxe mensenleven, voelt het amper in zijn portemonnee als hij daarmee de wereld kan redden, en toch -op uitzonderingen zoals Bill Gates na- , kiest hij ervoor zijn vermogen niet alleen voor zichzelf te houden, maar het ook nog eens te vergroten. Dat doet hij op allerlei creatieve manieren, zoals door het ontwijken en ontduiken van belastingen. Dit soort rijken blijven liever uit de spotlight en hangen niet aan de grote klok wat ze zoal bezitten. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk.

Big man

Zo’n uitzondering was de burgermeester van Kampala, die in de weekendbijlage van een  Oegandeze krant zes pagina’s lang de ruimte kreeg om zijn visie uiteen te zetten. Die ging niet over de schrijnende armoede in de sloppenwijken of de vervuiling in een stad waar de gieren de vuilnisophaaldienst vormen, maar over wat hij bezat. En dat was veel. Zijn kinderen zaten op dure kostscholen in Amerika, waar hij overigens anderhalf jaar in de bak had gezeten vanwege belastingfraude, en op foto’s toonde hij trots zijn Hummer, zijn Jaguar, een designerkeuken en dure kunst aan de muren van zijn villa met Dorische zuilen. Voor zover de vraag zich al aan de lezer opdrong, van welk geld hij dit alles had aangeschaft, strandde die in een overweldigend gevoel van machteloosheid. Er waren er ook die jaloers zeiden: ‘Hij heeft het gemaakt. Hij is een “big man”. Dat willen wij ook.’

Mislukt

Hij was natuurlijk maar een kleine vis, geen miljardair zoals Donald Trump, maar voor mij was de burgermeester het gezicht van het egoïsme, de hebzucht en arrogantie. Dezelfde hebzucht waarmee tien dagen geleden de rijke landen maatregelen tegen internationale belastingontwijking wisten tegen te houden op een VN-top in het Ethiopische Addis Abeda. Hier werd de financiering van de nieuwe Milleniumdoelen voorbereid -nu Duurzame Ontwikkelingsdoelen- die onder andere de groeiende sociale ongelijkheid in de wereld moeten tegengaan. De inzet was om een internationaal rechtsorgaan op te richten die het juridisch mogelijk maakt belastingmisbruik aan te pakken. Arme landen zouden daarin een besluitvormende stem krijgen. Maar dat is mislukt. Veel verder dan een boterzachte afspraak dat bedrijven meer belasting moeten betalen in landen waar ze actief zijn, kwam het niet.

Sluiproute

Arme landen lopen naar schatting 90 miljard euro per jaar mis omdat multinationals hun winsten wegsluizen via fiscale sluiproutes. Dat is bijna net zo veel als 118 miljard euro die ze jaarlijks aan ontwikkelingshulp ontvangen. Een populaire sluiproute is Nederland. Internationale bedrijven komen hier niet voor tulpen en klompen, maar zetten lege brievenbusfirma’s op om van de fiscale voordelen te profiteren die we ze bieden. In 2013 schatte Oxfam Novib dat door belastingontwijking van bedrijven via Nederland, ontwikkelingslanden jaarlijks zo’n 460 miljoen euro mislopen. Deze cijfers zijn maar de topjes van immense ijsbergen. Er zijn zoveel belastingontwijkende trucs, sluiproutes, geheime banken, ondoorzichtige fiscale wetten en voor zoveel interpretaties mogelijk, dat in er in 2013 een speciale Financial Secrecy Index is opgericht om dat allemaal in kaart te brengen. De biljoenen dollars aan illegale geldstromen op haar website doen je duizelen.  

Dupe

Van de betaalde belasting die wel terecht komt in de arme landen, is het maar helemaal de vraag of dat ook goed is. Niet zelden gaan figuren als de burgermeester van Kampala ermee aan de haal. Uiteindelijk zijn het altijd de gewone mensen, die zodanig de dupe worden van alle corruptie, dat ze ontwikkelingshulp nodig hebben, al of niet aangeboden door overheden en multinationals die met goede-doelen-fondsen hun geweten sussen en hun imago opkrikken.

Kritiek

Minister Ploumen van Ontwikkelingssamenwerking gaat nu de belastingdiensten in ontwikkelingslanden versterken. Ook onderhandelt ze met Afrikaanse landen over verdragen die belastingontwijking via Nederland moeten tegengaan. Het eerste verdrag met Malawi leverde al meteen de kritiek van actiegroep ActionAid op, dat managementkosten niet onder de anti-misbruikbepalingen vallen, zodat bedrijven nog steeds belastingen via Nederland kunnen omzeilen. Zo vinden de rijken altijd wel manieren om hun hebberigheid te bevredigen. Net zoals de burgermeester van Kampala. Toen hij niet herkozen werd in zijn functie, weigerde hij zijn ambtswoning te verlaten. De politie moest hem er letterlijk uitslepen. Vervolgens benoemde de president hem tot minister zonder portfolio, maar het parlement vond hem daar niet geschikt voor. Dus deed hij heel lang niks. Inmiddels is hij bezig aan zijn comeback in de politiek en wil hij weer burgermeester van Kampala worden.              

Deze column werd op 26 juli 2015 in de Volkskrant gepubliceerd   

« Meer groen, minder stadslawaai Muren houden mensen niet tegen »