Muren houden mensen niet tegen

Muren zijn de stenen manifestaties van uitsluiting, intolerantie en ongelijkheid en op het moment net zo hip als pierenbadjes op zomerse terrassen.

Achter ons huis stond een muur. Een hoge met een potdichte deur daarin. Aan de andere kant ervan, stond een klooster. Het doemde, als ik uit mijn slaapkamerraam keek, donker en dreigend achter een rij appelbomen op. Ze vertelden me dat er missionarissen woonden die naar verre oorden reisden. Naar Afrika. Daarom, dacht ik als kind, kon je niet zomaar bij het klooster komen. Want daar lag Afrika en dat scheen me ontzettend exotisch, spannend en aanlokkelijk toe. Juist omdat je er niet komen kon. Logisch dus dat ik, eenmaal volwassen, naar het Afrikaanse continent afreisde.

Kleuterbadjes

In Oeganda kende ik een man die hier deze zomer goede zaken zou kunnen doen. Vooropgesteld dat hij hier zou wonen. Dat gaat hem van zijn lang zal zijn leven niet lukken. De vraag is bovendien of hij wel in zo’n infantiel land wil wonen, waar volwassen kerels op stadsterrassen als kleuters met hun harige poten in opblaasbare kinderbadjes gaan zitten. Of waar bejaarden alvast een voorschot nemen op de dementie met hun voeten in pierenbadjes van een roze dat je alleen associeert met meisjes van vier die midden in hun My Little Pony fase verkeren. En dat alles omdat we volgens de Telegraaf ‘ongekende hittegolven’ beleven, waarbij doden vallen. Maar daar gaat het nu even niet over. De man had hier rijk kunnen worden aan wat hij in Oeganda niet kwijt kon: twee fluorescent gekleurde kleuterbadjes en enkele opblaasbare zwembanden met vrolijke vismotiefjes.

Handelswaar

Elke ochtend als de zon opkwam, begaf hij zich naar een drukke verkeersader die dwars door Kampala liep. Zijn handelswaar, opgeblazen en al, stalde hij uit tegen een hoge bakstenen muur. Terwijl de verkeerschaos de stad verstikte in wolken vettige diesel en rood stof, stond het daar als een baken van lichtheid en onbezorgd plezier. Zijn verschijning was tamelijk ongewoon. De meeste Oegandezen hebben wel wat anders aan hun hoofd dan zwemmen en al helemaal niet de luxe om zomaar opblaasbare kleuterbadjes te kopen. Bovendien lag het Victoriameer aan de andere kant van de stad.

De muur

Toch begreep ik wel waarom hij daar stond. Het kwam door de muur. Achter die muur bevond zich de Kabira Country Club. Voor zover gewone Oegandezen hier al binnen komen, kunnen ze zich niet de voor hen exorbitante Europese prijzen veroorloven, die de elite van het land en de expats wel kunnen. Geschakeerd rond een hemelsblauw zwembad van Olympische afmetingen, voorziet het complex in een sportclub, hotelkamers en een peperduur restaurant. De verkoper had van het zwembad gehoord en wellicht was het een vrijwilliger geweest die hem op het lumineuze idee bracht strandartikelen te verkopen, die toevallig waren meegekomen in een container vol tweedehandskleding. Hoe het ook zij, hij kon niet weten dat zijn handel overbodig was in het luxe resort, waar zich een poedelbadje bevond en waar speciaal daarvoor opgeleide Oegandese zwemleraren de kleinsten zwemmen leerden zonder bandjes. Had hij achter de muur kunnen kijken, dan had hij snel zijn boeltje opgepakt.

Aantrekkingskracht

De muur oefende een enorme aantrekkingskracht op hem uit. Je zag hem vaak verlangend naar de ingang staren waar de bestuurders van SUV’s netjes te woord werden gestaan door de beveiliging die hem had afgebekt. Hij mocht blij zijn dat ze hem met zijn rug tegen de muur hangend, als de eerste vermoeidheid erin sloop, tolereerden. Elke dag probeerde hij het weer. ’s Ochtends stond hij nog vol goede moed een zwemband aan te prijzen, ‘s middags laat zag je alleen zijn benen uitsteken over de rand van een van de twee kinderbadjes waarin hij in slaap was gevallen.

Middeleeuwen

Het probleem van muren is dat je er niet achter kunt kijken, wat op zich een groot voordeel is voor de bouwers ervan die precies weten wat zich daar bevindt, maar dat niet willen delen met wie zij beschouwen als de vijand. Muren zijn de stenen manifestaties van uitsluiting, intolerantie en ongelijkheid en op het moment net zo hip als pierenbadjes op zomerse terrassen. Elke dag worden nieuwe muren opgetrokken. India bouwt 4023 kilometer muur op de grens met Bangladesh, die van Saoedi Arabië moet 1800 kilometer rond al zijn grenzen worden. Israel werkt verder aan de 700 kilometer muur die Palestijnen buitensluit en als het aan Donald Trump ligt, god verhoede het, wordt de hele Mexicaanse grens een muur. Vorige week startte na Bulgarije, Hongarije met een muur van 175 kilometer op de Servische grens en na de aanslag in Sousse, plant Tunesië langs haar toeristenstrook een muur van 160 kilometer. En dat zijn er nog maar enkele. Tel alle onzichtbare muren erbij op en we zijn weer terug in de middeleeuwen vol onneembare vestingen. Maar wie denkt dat het mensen zal tegenhouden, heeft het mis. Ze zullen blijven komen, met of zonder zwembanden om.

Deze column werd op 19 juli 2015 gepubliceerd in de Volkskrant

« Rijken vinden altijd manieren om hun hebberigheid te bevredigen Reisadviezen van BuZa zijn de ergste »