Hoe word ik een merk?

We doen al aan branded –merk- journalistiek, maar minstens zo hip is het in de journalistieke branche om jezelf te ‘branden’ tot een goedlopend merk. Onvermijdelijk dringt zich de associatie bij me op van het oormerken van koeien. Wil ik wel een merk zijn? En vooral, zo ja, hoe doe ik dat dan, dat oormerken van mezelf? Moet ik mezelf al twitterend en op elk denkbaar social medium de hemel in gaan prijzen en net doen alsof ik geen reclame voor mezelf maak?  Het antwoord op die vraag hoopte ik te vinden op de Nieuwjaarsborrel van Vrouw en Media. 

Daar kwamen drie collegae journalisten vertellen hoe succesvol ze als merk zijn. Eigenlijk hoefden ze niks te vertellen, het straalde van ze af. Hoe ze het nu precies tot merk hadden geschopt, bleef een beetje in het midden. Het eerste merk, wetenschapsjournalist en columnist voor de Volkskrant, Asha ten Broeke begon ooit met het uitdelen van dozen chocolaatjes. Roos Schlikker, oa columnist voor het Parool en het tweede merk aan tafel, wist eigenlijk niet hoe het was gekomen. Ze was er in gerold, zei ze stralend. Het publiek keek haar wat glazig aan. “Nou ja”, zei ze na enig aandringen, “Ik schrijf gewoon erg leuke stukjes. Blijkbaar. Ik onderscheid me op stijl.” Merk nummer drie, Liesbeth Staats, bekend van oa Brandpunt, meende dat enige merk waardigheid toch alles te maken heeft met de inhoud die je levert (en ongetwijfeld haar verschijning op tv). “Je moet je specialiseren ”, raadde zij het publiek aan. “Alleen dan ga je het redden”. Gaap gaap, deden mijn kaken. Die riedel horen we nu al meer dan twintig jaar. Specialiseren. Ik keek om mij heen en vroeg me af welke journalist in deze barre tijden überhaupt de luxe nog heeft om zich te specialiseren. 

“Ik ben bewust generalist”, sprak ineens Roos, die erin was gerold. Daar veerde ik van op. Wat een fris geluid. Bewust generalist! Als dat geen specialisatie is! Een generalist weet zich snel en grondig zaken eigen te maken en die goed naar de doelgroep te vertalen. Sterker nog, het gebrek aan kennis speelt je zelfs in de kaart. Een onnozelaar vertellen ze vaak meer dan een expert. Doe daarbij je research en geleidelijk aan word je wel specialist. Zo ben ik al specialist geweest in popmuziek, mannenmode, ontwikkelingssamenwerking, de zorg en leek het me opeens, daar ter plekke, een idee om specialist te worden in stijl. Net zoals Roos. Hoe dat dan in zijn werk gaat, vroeg ik, een merk worden op stijl. Maar daar wisten ze niet zo snel antwoord op. Totdat, Eureka, Asha een idee kreeg: “Je moet eerst een boek schrijven”, zei ze. “Als je een boek hebt geschreven, ligt de wereld voor je open.”  Jaaa, beaamden de andere merken. En jaaa, wilde ik uitschreeuwen, ik hèb een boek geschreven, een roman, een mooi boek, maar hoe krijg ik dat uitgegeven? Want uitgevers namelijk willen alleen maar merken uitgeven. Maar ik besloot er het zwijgen toe; ik vond het zo pretentieus klinken om in zaal vol journalisten te roepen dat ik een boek heb geschreven. En ja, ik realiseerde me dat ik op die manier nooit een merk ga worden. 

« FairPen Foundation in Oeganda Alsof je de trein naar Zandvoort neemt »