Meer groen, minder stadslawaai

Vóor de veryupping van de Amsterdamse Pijp leek het alsof er minder lawaai was. Alsof men rekening met elkaar hield. Maar nu, ter meerdere glorie van het individuele woongenot, zijn binnentuinen betegeld en de ruimtes achter de huizenblokken zo vol geplempt met uitbouwsels, balkons en dakterrassen, dat we wonen in klankkasten waarin geluid lawaai is geworden.

Mijn buren houden zich gedeisd! Er zijn zomers geweest dat dit wel anders was. Dat je ’s nachts of zondagochtend vroeg – dat zijn de ergste tijdstippen- kon meegenieten van woest copulerende buren en blèrende kinderen. Of van brallende studenten die de platte daken van huizen en horeca achter mijn huis provisorisch vermaken tot dakterrassen die het niet zijn.

Krolse katers

Vóor de veryupping van de buurt, toen de huizen nog niet gerenoveerd en uitgebreid werden met nieuwe balkons en dakterrassen, in de tijd dus dat de woningen nog betaalbaar waren, was er minder lawaai. De herrie werd gedempt. Ook toen werd er geneukt, maar het gaf me niet het gevoel dat ik ongewild in een pornofilm terecht was gekomen. Er werd geruzied en gefeest, maar het speelde zich af achter ramen of mensen hielden gewoon rekening met anderen, dat kan ook. Het enige erge was het krankzinnige gegil van een buurvrouw wanneer het weer eens tijd was dat ze werd opgenomen en het krijsen van krolse katers.

Klankkasten

Geluiden horen bij de stad. Daar pas je je bij aan en je probeert ervoor te zorgen dat geluid geen lawaai wordt. Zo weet elke Amsterdammer dat de binnentuinen en balkons achter huizenblokken klankkasten zijn. Maar als je er veel gras en groen plant, dempt dat de geluiden. Wie dat niet weten –en ook niet willen weten- zijn de makelaars en aannemers die met dank aan de gemeente, huizen niet alleen renoveren, maar ook voorzien van uitbouwsels, dakterrassen en balkons die de leefruimte dramatisch doen krimpen. Ze trekken volk van buiten aan, dat de nieuwe dure woningen koopt en niet weet –of niet wil weten- dat je in een stad, anders dan in een vrijstaand huis in de provincie, sámen woont. Ze betegelen hun tuin en weten niet – of willen niet weten- hoe dat geluiden uitvergroot of hoe iedereen mee geniet van elke scheet die ze op hun betegelde plantloze dakterras laten. En ze bouwen hoge schuttingen om vooral de buren niet te hoeven zien. Het is een slag mensen dat iedereen en alles ondergeschikt maakt aan hun individuele woongenot. Ze horen niet in de stad, maar desondanks zit het er vol mee.

Vol geplempt

Achter mijn huis zijn amper nog binnentuinen. Alles is vol geplempt met uitbouwsels en balkons. De klankkast is er als die van een echoput. Maar mijn buren houden zich nu gedeisd. Ik hoop omdat het kwartje gevallen is en niet omdat ze op vakantie zijn. Wat me nu uit mijn slaap houdt, is de koelinstallatie van het restaurant achter mij. Het is een vreselijke herrie. Klagen helpt niet. Het kan gewoon allemaal. Met dank aan de gemeente.

 

« 50Plussers worden behandeld als hoogbejaard en dat is beledigend Rijken vinden altijd manieren om hun hebberigheid te bevredigen »