In Gambia willen alle mannen je

Het maakt niet uit of je als vrouw hoog bejaard bent, een snor hebt of het figuur van een bootwerker: in Gambia willen alle mannen je. Als je maar blank bent. Aanvankelijk weerhield het me van een bezoek aan het West-Afrikaanse land. Maar er is geen ebola, dus waagde ik het erop en hoopte dat het mee zou vallen. Dat deed het dus niet.  

Het ziet er als volgt uit: een mevrouw als een walrus zo groot, met slordig geblondeerd haar en varkensoogjes in een opgeblazen gezicht, verpakt in een strak badpak waaruit aan de randen, bleke kussentjes vet vrij komen, wordt innig omhelsd door een jongen, die verschrikkelijk verliefd lijkt te zijn. Even verderop rijdt een jeep vol juichende rasta’s weg. Hun trofee, die naast de chauffeur zit, blijkt een verlepte dame, genadeloos getekend door de zon, die de huid in een looien aan slijtage onderhevige lap heeft veranderd. Een rasta probeert er al masserend leven in te brengen. Desondanks hangen haar mondhoeken in slappe plooien ontevreden naar beneden. Ze wordt leeggeplukt. Dat zie je zo. Ze wordt beroofd totdat ze geen draad meer aan haar lijf heeft en dat weet ze.

Geluk

Nooit had ik zoveel aanzoeken per dag. Zelfs obers bieden gratis massages en bier aan, brengen me ongevraagd bananen en pinda’s en de strandjongens, des te wanhopiger nu de stranden leeg zijn vanwege Ebola (die er dus niet is), bieden schaamteloos hun diensten aan. ‘Wil je dan geen stukje geluk?’ roepen ze uit.

Schildpad

Bij Lami waan ik me veilig. Hij is mijn gids gedurende een bezoek aan een ontwikkelingsproject waar ik over schrijf. Hij draagt een wit overhemd dat tot aan het bovenste knoopje strak is dichtgeknoopt zodat zijn kleine hoofd met terugwijkende kin niet als dat van een schildpad verdwijnt in het zwarte krijtstreep kostuum dat achteloos om zijn lijf slobbert. We rijden over de provinciale weg, waar hij steeds op de rem gaat staan om bekenden te begroeten. ‘Zo belangrijk ben ik niet, hoor’, zegt hij net iets te vaak. ‘De mensen waarderen mij gewoon omdat ik ze altijd help.’

Beschaamd

Tijdens de lunch zegt hij dat ik altijd op hem kan rekenen. Hij zorgt heel goed voor zijn bezoekers. ‘Maar’, laat hij er waarschuwend op volgen, ‘ik ben wel voorzichtig geworden met blanke vrouwen. Want er is mij iets heel ergs overkomen.’

‘O ja?’ moedig ik flauwtjes aan.

‘Een Zweedse vrouw bezocht ons project en ik zorgde ervoor dat alles tot in de puntjes geregeld was. Ik bood zelfs aan om de nacht in haar guesthouse door te brengen om er zeker van te zijn dat haar niets overkwam. Maar wat ze toen deed….’ Dramatisch legt hij zijn hoofd in zijn handen. ‘Ze schreeuwde tegen mij dat ze geen seks met me wilde. Ze beschuldigde me ervan…’ hij fluistert nu, ‘dat ik met haar wilde neuken. Neuken! Die woorden nam ze in haar mond. Het was vreselijk. Ik was zo beschaamd.’

‘En boos natuurlijk,’ help ik hem een handje.

‘Ja, ook boos. Sindsdien ben ik erg voorzichtig geworden met blanke vrouwen.’

Onvermijdelijk

Langzaam maar zeker werkt hij zich in de richting die we onvermijdelijk op gaan. Hij heeft twee vrouwen (‘Daar ben ik dus heel eerlijk in. Dat zegt niet iedereen tegen een blanke vrouw, maar ik dus wel’). Hij heeft altijd pech met vrouwen (Mijn eerste vrouw vermoordde me bijna met een fles, kijk, hier heb ik nog steeds een litteken, omdat ik zou vreemdgaan, wat ik helemaal niet deed.’) En: hij heeft vrienden die een blanke vrouw hebben.

Geld

De volgende dag, tijdens de lunch, komt de aap dan eindelijk uit de mouw.

‘Ik heb het nog nooit met een blanke vrouw gedaan.’

‘Ja, nou en?’

‘Dat moet ik een keer gedaan hebben. Ik moet dat een keer in mijn leven ervaren.’

‘Waarom dan?’

‘Omdat dat heel anders is dan met een zwarte vrouw.’

‘Vind ik niet, hoor. Het verschil zit ‘m alleen in kleur, verder zijn we hetzelfde’.

‘Toch wil ik het. Ik wil een relatie met een blanke.’

‘Maar je hebt al twee vrouwen.’

‘Daar kan een blanke bij.’

‘Ik denk niet dat er veel blanke vrouwen zijn die jouw twee vrouwen accepteren.’

Hij kijkt me glazig aan. ‘Ik ken er een in het dorp hier verderop, hoor. Een Zwitserse. Die is elk jaar drie maanden hier en ze vindt het helemaal niet erg dat hij nog twee vrouwen heeft.’

Ik staar hem aan en probeer uit te puzzelen wat er in godsnaam in het hoofd van deze man met de aantrekkelijkheid van een opgeblazen pad omgaat.

‘Wat denk jij dan dat een blanke vrouw jou gaat opleveren?’

‘Dan kan ik naar Europa reizen. Ik krijg daar een goede baan en stuur geld naar de familie.’

‘Jij krijgt nooit een verblijfsvergunning’, laat ik me opfokken. ‘En met alle respect; je hebt de opleiding niet voor een goede baan. Je zult illegaal zijn en alleen maar rotbaantjes hebben. Alles is verschrikkelijk duur en je houdt geen cent over om naar je familie te sturen. Je bent er eenzaam en je mist je familie. ‘Hier ben je iemand,’ probeer ik de boodschap te verzachten. ‘Hier ben je heel erg belangrijk.’

Hij begint te lachen. ‘Belangrijk? Ik heb geen geld,’

‘Denk je nou echt dat een blanke vrouw jou trouwt omdat jij geld nodig hebt?’

‘Nee. Het gaat niet om geld.’

‘Wel.’

‘Okee, voor 35 procent.’

‘Honderd procent.’

Ervaring

Nadat ik de lunch heb betaald, gaan we de weg weer op.

‘Je ziet dat ik over alles eerlijk ben. Ik lieg nergens over. Ik heb alleen maar goede bedoelingen en ik wil je alleen maar vragen het in overweging te nemen. Om met mij de ervaring te delen.’

‘Welke ervaring?’

‘Ja, hoe moet ik het zeggen. Ik ben erg voorzichtig geworden door mijn slechte ervaringen’.

‘Sorry, maar ik ben niet verliefd op je.’

‘Dat geeft niet. Dat vind ik niet erg.’

‘Lami,’ verzucht ik. ‘Wat ik bedoel is dat ik niet in de markt ben. Ik ben niet beschikbaar. Ik ga geen relatie met jou aan. Ik heb bovendien al iemand thuis.’

Het is heel lang stil.

‘Ik ben zo beschaamd,’ kreunt hij. ‘Wil je me vergeven? Ik schaam me vreselijk.’ Dramatisch verbergt hij zijn gezicht in zijn handen.

« Klootzakken! Ebola. Eindelijk een oorlog die we wel kunnen winnen »