Participeren in de Pijp. Zo doen wij dat!

Wat een bevoorrecht mens ben ik toch dat ik in de Pijp mag wonen. De Rode Loper van Amsterdam! Elke dag komen er hordes toeristen. Ze lopen van de Heineken fabriek via het Rijks en het Van Gogh Museum, naar -op een steenworp afstand van mijn huis-  de Albert Cuyp markt. Ik voel me soms net een bewoner van Disneyland. Ook achter de pui van de Pijp is veel te zien. Maar daar is het allesbehalve een pretpark. 

Ooit was de Pijp een volksbuurt. Vol Amsterdammers, Turken en Surinamers. Vooral Turken. Ik mocht de beroemde uitgezette kleermaker Gümüs zelfs tot mijn directe buurman rekenen. Het was een multiculturele buurt, vol nationaliteiten, ver weg van de middelmatigheid van het betongrijze Holland en ik vond het er heerlijk.

Maar de Pijp werd ontdekt. Eerst op bescheiden schaal. Een gerenoveerd pandje hier, een nieuwe winkel daar…. Veel Turken helaas, pakten hun biezen, maar het bleef leuk. Totdat er iets opmerkelijks gebeurde. Het aangrenzende Amsterdam Zuid werd ineens wakker geschud door een invasie uit het Gooi en erger. De BN’ers kwamen binnen, schaften bakfietsen aan, stouwden die vol met hun ‘kids’ en staken daarmee de Ruysdaelkade over, recht de Pijp in, die ze annexeerden als hun hippe studentikoze achtertuin. 

Meer ruimte
Het duurde even, maar toen kreeg de woningmarkt het ook door. Sindsdien is geen pand meer veilig. Bewoners trouwens ook niet. Alles wordt voor een appel en ei opgekocht, gestript en herbouwd tot peperdure appartementen. Ze vinden gretig aftrek bij de buren van Zuid die er de ideale studentenkamers in zien om hun verwende pubers in te parkeren. Het werd in de laatste jaren allemaal mogelijk gemaakt door de grootste partij van stadsdeelraad Amsterdam Zuid, de VVD. Geen idee waarom de Pijp onderdeel van datzelfde stadsdeel uitmaakt, -ik pleit dan ook voor afscheiding- maar het is de VVD die Pijpse zaken bestiert onder leiding van Paul Slettenhaar. Slettenhaar wil “meer ruimte”. Niet voor de bezoekers, maar voor de burgers. Let wel: persoonlijke ruimte. Meer persoonlijke leefruimte voor mensen met geld. Hij wil ook minder regels. Minder regels voor aannemers die grof geld verdienen aan al die ruimte en er geen been in zien om bewoners weg te pesten.   

Stil protest
Dus wordt er ongebreideld gebouwd: van zolderetages en dakterrassen tot balkons en andere aanbouw. In een warme zomermaand, toen heel Amsterdam op vakantie was, werd in recordtijd een aanbouw van vier etages gerealiseerd van een huis dat haaks op het mijne staat. Had ik eerst nog redelijke afstand tot die buren, nu grenzen de ramen en het ruime dakterras zodanig aan mijn persoonlijke leefruimte dat ik de gordijnen moet dichtdoen. De uitbouw zorgde zelfs voor een blinde muur bij de andere buren. De tachtigjarige mevrouw in haar sinds jaar en dag huurwoning, heeft door de uitbouw geen licht meer in slaap- en badkamer. Ze liet een bouwvakker haar bloemenbak aan de steiger hangen. Als in een stil protest. Maar het was te laat voor protest. Hadden we maar bezwaar moeten aantekenen toen er een aankondiging van de bouw in het lokale sufferdje stond dat, zo weet Slettenhaar ook, niemand leest. En dat die uitbouw in een vakantiemaand in moordend tempo uit de grond werd gestampt, was natuurlijk toeval. Ach, alsof het tot een protest was gekomen. De bewoners van de weinig overgebleven sociale huurwoningen zijn er te murv geslagen voor en de rest heeft geen belangstelling. 

In de gordijnen
We leven nu boven op elkaar. Niet meer zo multiculti, maar zeker wel in een echte participatiemaatschappij. Behalve dat ik participeer in de loeiende koelinstallatie van het Surinaamse restaurant achter mij en de knoflookdampen van het Indiase restaurant daarnaast, wat ik nooit erg heb gevonden, doe ik nu, en dat vind ik wel erg, mee aan de gesprekken van de overkant, die dankzij alle aan- en uitbouwen en nieuwe balkons zelfs door de dubbele ramen nog hoorbaar binnenkomen. Ik participeer als ik uit mijn slaap word gegild door een buurvrouw die tijdens haar orgasme in de gordijnen klimt, de oerkreten van haar man, het dronken gebral van corpsballen, de hoge uithalen van aanstellerige meisjes, de slaande ruzies en het gehuil wat daar op volgt.  Een buurman werd gek. Hij zegt dat het begonnen is toen ze die uitbouw in zijn achtertuin begonnen te bouwen. Toen knapte er iets in zijn hoofd. Hij is net weer terug uit de Valeriuskliniek.  Elke ochtend staat er iemand voor zijn deur, die roept: “Meneer, ik kom even uw medicatie controleren.” We weten alles van elkaar, maar niemand zegt wat tegen elkaar. Zelfs geen groet kan er af. Waarom zou je ook? Het overgrote deel van de buurt bestaat uit gelegenheidsbewoners die na een paar jaar de Pijp uitvluchten omdat ze het er zo druk vinden. Ze hebben geen enkele band met de buurt.  

Lekker multiculti
Maar gelukkig dus zijn er de toeristen. Elke dag weer andere mensen, die grappige talen spreken, altijd opgewekt en dankbaar zijn als je ze de weg wijst. Lekker multiculti. Het contact dat ik met ze heb is kort en snel, maar altijd nog diepgaander dan dat ik met mijn eigen buren heb. Nee, het is geen Disneyland bij ons achter de pui, maar wel minstens zo vluchtig en oppervlakkig als in welk pretpark dan ook. D'66 gaat er geen verandering in brengen. Dat moeten we zelf doen. Ik weet alleen niet hoe.  

Meer blogs van mijn hand? Schrijf je in op mijn column-channel op TPO Magazine of volg mij op Blendle

 

 

 

« Rechtstreeks uit de onderbuik Stoere vrouwen, slappe mannen »